jetlagging
Gein, 02 april 2008Zo beeldbuisvrienden, het is alweer lente
Bij thuiskomst heb ik alle klokken een uur moeten verzetten. Daar dachten we pas aan toen we aan het rekenen sloegen met de de tijden op ons reisschema. Shiny geloofde niet dat die konden kloppen. Er werd dan ook rekening gehouden met tijdzones en onzichtbare afwijkingen die ook onder het mom van ‘zomertijd’ maar moeilijk te verklaren bleken. Hanoi (vertrekpunt) en Singapore (overstap-tussenstop) liggen nagenoeg rechtboven elkaar, maar er zit maar liefst 2 uur tijdsverschil tussen.
Uiteindelijk schrok ze in het vliegtuig nog een keer wakker, trok haar schoenen aan en zei tegen me; ‘we hebben vertraging’. Mijn antwoord dat we nog ruim 5 uur te gaan hadden – omdat we pas boven Irak waren aangekomen – stelde haar niet gerust. En inderdaad, het was bijna 5 uur – half uur voor aankomst – en er was nog geen ‘prepare for landing’ bericht vanuit de cockpit over de slapende hoofden geroepen.
Bleek dat ze in slaapdronken toestand serieus dacht dat ze haar horloge naar Nederlandse tijd had gezet maar het stond nog op Singaporese tijd. Paniek om niks dus.
En dan zit je dus de laatste dag in een stad als Hanoi. Zo’n laatste dag is toch altijd weer raar. Je weet wel exact hoeveel geld en tijd je nog te besteden hebt – en meestal is dat ruim voldoende – maar je weet niet exact wat je nog nodig hebt voor dat laatste souvenir of voor een onverwachte maaltijd. Die laatste (zon)dag hebben we als echte toeristen ingevuld. ‘s Morgens met een bezoek aan Ho Chi Minh, zijn mausoleum en het achterliggende museum. ‘s Middags met het Ethnologisch museum, slenteren door de straatjes en het inpakken van de rugzak. ‘s Avonds gegeten in een poep-chique restaurant aan het meer. Daar hebben we genoten van een goede maaltijd en van striemend onweer. Later op de avond zijn we bij het beroemde waterpoppen-theater geweest. Ja, dat zijn poppen op lange stokken die kunstjes doen in een bak groen water vermomd als chinese tempel. Meer weten? Check de site. Of kom zelf naar Vietnam!
Uiteindelijk hebben we ons zelfs laten verleiden om in een fietstaxi (‘cyclo sir?, two for one’ – ‘very tsjiep’) de regen te trotseren. We hadden de rolstoel in het hotel gelaten en vanwege de stromende regen een taxi genomen. We moesten dus op één of andere manier toch terug na de voorstelling. Een mooie afsluiting van de dag.
Maandag zijn we iets voor half 8 opgehaald, ik zat nog aan mijn noedelsoepie. Na een goed uur tuffen – en toeteren – door een ontwakende stad op de luchthaven aangekomen. Daar ging alles gemakkelijk en prima georganiseerd. Door het eerder genoemde tijdverschil kwamen we na 3 uur vliegen 5 uur later aan in Singapore. Daar werden we bij de deur van het vliegtuig in complete Engelse volzinnen aangesproken, over de rolstoel. Een verademing na het ratjoetoe in Vietnam. Niet dat dat erg is als je een bordje rijst besteld, maar als je informatie wilt over iets belangrijks als een rolstoel is het lekker als die in een begrijpelijke taal wordt gegeven.
Anyways, wij werden weer door een mevrouw langs alle rijen gereden op weg naar een bagageband met daarop inderdaad één rolstoel – de goede. Daarna langs de douane, waar we zonder problemen een visum van 30 dagen in ons paspoort kregen. Eigenaardig.
Maar ongelooflijk, wat een luchthaven. 3 terminals, verboden door onbemande metro’s – maar dat hadden we in Parijs ook al gezien. Terminal 3 is net klaar en dat is nu de modernste en grooste terminal die je je kunt bedenken. Met veel marmer en glas, maar ook met palmbomen en weet ik niet wat voor groenvoorzieningen – binnen! Buiten was het er zo’n 32 graden – ‘s avonds nog – en met een speciale shuttelbus mochten we als transit-passagiers naar de stad om daar even te zien hoe mooi Singapore zou zijn. Helaas zijn er wat verbouwingen aan de gang in de luchthaven – en wisselingen in de staf – want we kregen niet meteen een duwtje in de juiste richting. Uiteindelijk kwam alles goed en hebben we er een uurtje rondgewandeld. Singapore is een raar land, wij vonden er niet zo heel veel aan. Het beslaat het puntje van een ander land en bestaat voornamelijk uit snelweg, strand en shoppingmalls. Ze verkopen er van alles – we hebben Doerian gegeten en gepofte kastanjes – en alles is import. Je ziet er de duurste auto’s en je hoort een vreemde combinatie van Engels en iets dat op Chinees lijkt. ‘Singlesh’ noemen ze het zelf; en het is inderdaad een combi van Engels en iets van Chinees. Het leuke van Singapore is dan wel weer dat een Euro er 2,10 Singaporese Dollars waard is: één Sing Dollar is dus één gulden! Rekent lekker, ook af.
Op de luchthaven kwamen we terecht in een sushi-bar met een voedseltreintje. Milou, een oud-stewardes die we tegen zijn gekomen in Dalat en Hoi An en die dezelfde vlucht had als wij, had daar ooit gegeten en we hebben even moeten zoeken maar het toch gevonden. Op een soort lopende band – het treintje- staan schoteltjes met sushi. Na afloop worden de schoteltjes geteld en reken je af. 1,99 voor een gekleurd schoteltje, 4,99 voor een rood schoteltje. En je kunt via een beeldscherm dingen bestellen die je wel wilt maar niet voorbij ziet komen. Die worden dan gebracht. Supersysteem, heerlijk eten.
Uiteindelijk waren we prima op tijd voor onze vlucht en omdat ik niet echt kon slapen heb ik maar 3 films achter elkaar zitten kijken (No country for old men; Rent a partner (of zoiets, het was een chinese film met ondertiteling) en Bend it like Beckham. Op de heenweg heb ik Juno en ik denk nog wel een film gezien, dus ik ben weer bij. Rond half 6 stonden we op Schiphol en met de trein en metro waren we om 7 uur in Amsterdam. Na het verdelen van alle spullen, een verfrissende douche en brunch, kwam de vader van Shiny haar ophalen. Ons reishuwelijk werd daarmee dus definitief ontbonden. Daarna ben ik aan de gang gegaan met het uploaden en sorteren van mijn foto’s. Die van Shiny moeten eerst via de ontwikkelcentrale.
Dus; foto’s komen, nog meer verhalen ook. Doei allemaal!
Shiny en Frank
tulipani on April 3rd, 2008 | File Under Loempia mysterie | 2 Comments -